// Huishoudelijk Reglement

HOOFDSTUK I. ALGEMENE BEPALINGEN

Art. 1

1. De vereniging “Bridgevereniging Wateringen” is opgericht op 28 december 1991.

De vereniging is aangesloten bij de Nederlandse Bridge Bond (NBB).

2. Dit huishoudelijk reglement is een aanvulling op de statuten van de vereniging.

3. Ieder lid ontvangt van het bestuur zo spoedig mogelijk na toetreding een exemplaar van de statuten, het huishoudelijk reglement, een wedstrijdreglement voor de interne competitie en een ledenlijst, die niet meer dan twee jaar geleden is opgemaakt.

HOOFDSTUK II. DE CONTRIBUTIE

Art. 2

1. Onder contributie wordt verstaan de jaarlijkse geldelijke bijdrage, volgens de statuten aan de vereniging verschuldigd door de leden.

2. De contributie voor een verenigingsjaar is gelijk aan die van het voorgaande jaar, tenzij tot wijziging wordt besloten in de jaarvergadering in dat verenigingsjaar, of in een eerdere algemene vergadering.

3. De contributie dient voor 1 september van het verenigingsjaar te zijn voldaan. Wanneer na die datum tot contributiewijziging wordt besloten, is restitutie of suppletie, indien van toepassing, verschuldigd binnen twee maanden na de datum waarop het besluit tot wijziging werd genomen.

4. Indien en zolang een lid niet heeft voldaan aan zijn contributieverplichting, kan dat lid door het bestuur worden uitgesloten van deelname aan de verenigingsactiviteiten.

5. De contributie kan voor verschillende categorieën leden op verschillende bedragen worden vastgesteld:

- Indien de NBB onderscheid maakt tussen deze categorieën bij het bepalen van de hoogte van de verschuldigde afdracht per lid;

- Indien categorieën worden bepaald op grond van een keuze uit mogelijkheden ten aanzien van de mate waarin aan de activiteiten van de vereniging wordt deelgenomen.

6. Het bestuur bepaalt naar redelijkheid de contributiebedragen voor leden die in de loop van het verenigingsjaar toetreden of gaan behoren tot een andere categorie zoals bedoel in het voorgaande lid.

7. Het bestuur is bevoegd in bijzondere gevallen kwijtschelding of vermindering van contributie te verlenen.

HOOFDSTUK III. HET BESTUUR

Art. 3 de omschrijving van de bestuursfuncties

1. In aanvulling op het bepaalde in de statuten en het algemeen gebruik geld binnen het bestuur de volgende taakverdeling.

2. De voorzitter stimuleert en coördineert de werkzaamheden van het bestuur en draagt er in het algemeen zorg voor dat de vereniging vertegenwoordigd wordt.

3. De secretaris voert namens de vereniging en het bestuur de correspondentie van algemene aard en bewaart van die correspondentie een afschrift. De secretaris beheert het verenigingsarchief. De secretaris houdt de ledenadministratie bij en verschaft de penningmeester hieruit alle, noodzakelijke gegevens.

4. De penningmeester beheert de geldmiddelen van de vereniging en verzorgt de boekhouding.

De penningmeester zorgt voor de inning van de vorderingen der vereniging en verricht namens de vereniging betalingen of vergoedt rechtmatig verrichte betalingen aan anderen na zich te hebben vergewist dat algemene vergadering en bestuur de nodige goedkeuring aan de uitgave hebben gehecht.

Art. 4 de zittingsduur van bestuursleden

1. Bestuursleden worden benoemd voor een periode van drie jaar.

2. In afwijking van het bepaalde in het voorgaande lid neemt een bestuurslid dat wordt benoemd in een tussentijds ontstane vacature in het rooster van aftreden de plaats in van zijn voorganger in de bestuursfunctie.

3. Bestuursleden zijn aftredend op de jaarvergadering en wel:

- in 1993 en telkens drie jaar later:

de secretaris,

- in 1994 en telkens drie jaar later:

de penningmeester,

- in 1992 en telkens drie jaar later:

de voorzitter.

Andere tegelijk benoemde bestuursleden zijn tegelijk aftredend met inachtneming van wat in het voorgaande lid is bepaald.

Art. 5 de benoeming van de bestuursleden

1. Op de jaarvergadering wordt door het bestuur de vervanging van dan aftredende bestuursleden aan de orde gesteld. Bij tussentijds aftreden wordt vervanging aan de orde gesteld op de eerstvolgende algemene vergadering na het aftreden.

2. Voor de benoeming tot bestuurslid kunnen kandidaten worden gesteld door het bestuur en elk lid. Kandidaatstelling anders dan door het bestuur vindt plaats door mededeling daarvan aan het bestuur, tenminste twee weken voor de vergadering waarop benoeming aan de orde zal worden gesteld. Het bestuur vergewist zich van de bereidheid der kandidaten en zal de namen van alle kandidaten tenminste vijf dagen voor de vergadering aan de leden bekend maken.

3. Wanneer ter vergadering, waarop de benoeming aan de orde is gesteld voor een bestuursfunctie geen kandidaat blijkt te zijn gesteld of elke kandidaat zich heeft teruggetrokken of door de vergadering is afgewezen, mag elk lid zichzelf of een ander verkiesbaar lid kandidaat stellen. De voorzitter van de vergadering vergewist zich van de bereidheid van aldus aangewezen kandidaten.

Art. 6 de bestuursvergaderingen

1. De voorzitter bepaalt waar en wanneer een bestuursvergadering wordt gehouden en laat deze door de secretaris bijeenroepen. De voorzitter is verplicht een vergadering te doen bijeenroepen op verzoek van tenminste twee bestuursleden. Wanneer de voorzitter nalaat een vergadering bijeen te roepen kan elk tweetal bestuursleden een bestuursvergadering bijeenroepen.

2. De voorzitter stelt de agenda vast. Hij is verplicht een bepaald onderwerp op de agenda te plaatsen op verzoek van tenminste twee bestuursleden.

3. De bestuursvergaderingen worden geleid door de voorzitter. Bij afwezigheid van de voorzitter dragen de aanwezige bestuursleden de leiding op aan een hunner.

4. Besluitvorming geschiedt bij meerderheid van stemmen. Bij staking van stemmen beslist de voorzitter.

5. Besluiten van een bestuursvergadering zijn slechts geldig indien meer dan de helft van de bestuursleden aanwezig is.
6. De secretaris houdt notulen bij, tenzij het bestuur besluit te volstaan met een besluitenlijst. De secretaris zendt het concept binnen twee weken na de vergadering aan de bestuursleden toe. Notulen of besluitenlijst worden door de eerstvolgende bestuursvergadering vastgesteld.

HOOFDSTUK IV. DE ALGEMENE VERGADERINGEN

Art. 7

1. In dit reglement wordt met jaarvergadering aangeduid de algemene vergadering, bedoeld in artikel 5 lid 2 van de statuten.

2. Bij schriftelijke stemmen worden als uitgebrachte stemmen beschouwd de stembriefjes, waarop uitsluitend een keuze is aangegeven uit de in stemming gebrachte mogelijkheden: de woorden “voor” of “tegen” dan wel de naam van de kandidaat.

3. Naast onderwerpen, genoemd in de statuten, zullen door het bestuur op de agenda van de jaarvergadering worden geplaatst:

- aftreden en benoeming van bestuursleden

- de begroting van het lopende verenigingsjaar

- de plannen voor verenigingsactiviteiten, opgesteld door bestuur en commissies.

HOOFDSTUK V. COMMISSIES

Art. 8

1. Het bestuur kan zich ter uitvoering van zijn taak doen bijstaan door commissies, welke door het bestuur worden ingesteld en opgeheven. Het bestuur bepaalt en wijzigt de taakstelling van deze commissie naar goeddunken.

2. In een commissie, zoals bedoeld in het vorige lid, hebben tenminste die bestuursleden zitting die een taak hebben op het terrein waarop de commissie werkzaam zal zijn. Eventuele andere commissieleden worden door het bestuur naar goeddunken benoemd en ontslagen.

3. Het bestuur maakt de instelling, taak en samenstelling van deze commissies aan de leden bekend.

4. Tot de commissies, bedoeld in dit artikel, behoren tenminste de technischecommissie en de redactiecommissie.

HOOFDSTUK VVI. DE TECHNISCHE COMMISSIE (TC)

Art. 9

1. Wanneer geen andere taakstelling door het bestuur is bepaald, worden de regeling van bridgewedstrijden en andere bridgetechnische zaken binnen de vereniging geacht te zijn opgedragen aan de technische commissie.

2. Deze taakstelling houdt onder meer in:

- de regeling en wedstrijdleiding van interne competities en andere door de vereniging georganiseerde bridgewedstrijden

- het opstellen van het wedstrijdreglement voor de interne competities

- het aanwijzen van een commissie van beroep voor interne competitie en voor door de vereniging georganiseerde wedstrijden ” het vaststellen van de teams voor wat betreft samenstelling en volgorde, die de vereniging vertegenwoordigen. Hiertoe behoren teams voor de viertallencompetitie, bekerwedstrijden en andere wedstrijden waaraan de vereniging als zodanig deelneemt

- het toezicht houden op het bijwerken en verwerken van alle uitslagen die voor de beoordeling van de speelsterkte van viertallen, paren en personen nodig zijn het verzorgen van de opgave van meesterpunten, wanneer een dergelijke opgave door de vereniging van toepassing is

- het adviseren van het bestuur in alle aangelegenheden van wedstrijdorganisatie en bridgetechniek.

3. Beroep tegen beslissingen of handelingen van de technische commissie zijn te allen tijde mogelijk bij het bestuur, dat na beide partijen gehoord te hebben een beslissing neemt, de uitspraak is bindend.

4. Het bestuur plaatst de voornemens van de technische commissie op de agenda van de jaarvergadering. Daarbij worden een kalender van voorgenomen activiteiten en eventuele wijzigingen in het wedstrijdreglement voor de interne competities aan de algemene vergadering voorgelegd.

HOOFDSTUK VII. DE BEGROTING

Art. 10

1. In de jaarvergadering legt het bestuur als begroting een raming van de staat van baten en lasten over het lopende verenigingsjaar ter goedkeuring voor. De vergadering is bevoegd wijzigingen aan te brengen in de voorgelegde begroting.

2. In de begroting moet zijn voorzien in het voldoen aan reeds bestaande verplichtingen. Lasten die reeds zijn ontstaan op grond van het bepaalde in lid 3 moeten zijn opgenomen.

3. Voor een tijdstip na het jaar waarop de laatst goedgekeurde begroting betrekking heeft gaat het bestuur slechts verplichtingen aan indien, en voor zover het voor de vereniging gebruikelijke verplichtingen betreft, dan wel nadat aan de leden kennis is gegeven van het voornemen tot het aangaan van de verplichting.

4. Het bestuur zal uitgaven die leiden tot ernstige overschrijding van een of meer begrotingsposten niet doen dan nadat aan de leden van het voornemen kennis is gegeven. Ernstige overschrijdingen, die samen meer dan twintig procent bedragen van het begrotingstotaal voor het lopende verenigingsjaar.

5. Wanneer binnen een week na een kennisgeving zoals bedoeld is dit artikel, tenminste een tiende van de leden bezwaar maakt tegen de voorgenomen uitgaven of verplichtingen, dan zullen deze pas mogen worden gedaan respectievelijk worden aangegaan nadat een algemene vergadering daaraan goedkeuring heeft verleend.

HOOFDSTUK VIII. SLOTBEPALINGEN

Art.11

1. Kennisgeving zoals bedoeld in dit reglement omvat ook de inzage zoals bedoelt in artikel 20 lid 2 van de statuten.

2. Kennisgeving aan de leden wordt gedaan door verspreiding of door het geven van inzage en aankondiging daarvan. Dit gebeurt door het bestuur van de vereniging op zodanige wijze, dat de kennisgeving geacht mag worden ten minste alle leden te bereiken, die tenminste tweewekelijks aan verenigingsactiviteiten deelnemen en die de kennisgeving wensen te ontvangen.